Waarom is de winter zwaar voor een dak?
In de zomer merkt u een klein gebrek zelden. Een haarscheurtje in de dakbedekking, een losse naad of een goot die traag afvoert: de zon droogt het weer op en er gebeurt niets. In de winter werkt dat anders. Regen valt vaker en langer, de wind staat scherper op de dakranden en de temperatuur schommelt rond het vriespunt. Water dat in een scheurtje of onder een dakpan kruipt en daar bevriest, zet uit en duwt het gebrek verder open. Na een paar vorstperioden is een klein mankement een echt lek geworden.
Daarbij komt dat een dak in de winter minder makkelijk te repareren is. Bitumineuze dakbedekking en kitranden hechten slechter bij lage temperaturen, een nat of besneeuwd dak is onveilig om op te werken en de dagen zijn kort. Wie het onderhoud in het najaar doet, werkt onder betere omstandigheden en heeft meer keuze in de oplossing. Dat is de belangrijkste reden om dakonderhoud niet uit te stellen tot het misgaat.
Wat loopt u na in het najaar?
Een winterbeurt hoeft geen dagwerk te zijn, mits u weet waar u kijkt. Loop de volgende punten af, het liefst nadat de bladeren gevallen zijn maar vóór de eerste nachtvorst:
- Goten en afvoeren. Haal bladeren, mos en zand weg en controleer of het water daadwerkelijk doorloopt. Giet er desnoods een emmer water in en kijk of het onderaan weer tevoorschijn komt.
- Dakbedekking op een plat dak. Let op blazen, plooien, kale plekken waar de beschermlaag verdwenen is en naden die loslaten. Plassen die dagen blijven staan, wijzen op een probleem met de afschot of de constructie.
- Dakranden en opstanden. Hier begint lekkage vaak: waar de dakbedekking omhoog loopt tegen een muur of over de rand gaat. Kijk of de aansluiting nog strak zit en of de randafwerking niet is opgewipt door wind.
- Pannen op een hellend dak. Verschoven, gescheurde of ontbrekende pannen vallen van een afstand vaak al op. Kijk ook naar de nokvorsten en de aansluitingen bij kilgoten.
- Zink- en loodwerk. Zink dat openstaat bij de felsen, lood dat is opgekruld of een afdekkap die loszit: stuk voor stuk plaatsen waar wind regen naar binnen kan drijven.
- Boeidelen en dakoverstek. Rot hout, open naden of loslatende beplating laten vocht toe in de constructie. Dat ziet u pas jaren later terug, en dan kost het meer.
- Dakdoorvoeren. Ontluchtingen en doorvoeren hebben een eigen manchet of kraag die veroudert. Controleer de aansluiting rondom.
- Binnen op zolder. Kijk bij daglicht naar de onderkant van het dakbeschot: vlekken, kringen of schimmel verraden vocht dat er niet hoort te zitten.
Waar hangt het van af hoeveel werk u heeft?
Niet elk dak vraagt evenveel aandacht. Een paar zaken bepalen hoe streng u moet zijn:
De leeftijd van de dakbedekking. Een dak dat halverwege zijn levensduur is, geeft geleidelijk zwakke plekken. Hoe ouder het materiaal, hoe belangrijker een jaarlijkse controle. Bij een dak dat tegen het einde van zijn levensduur loopt, is het verstandiger om vóór de winter te bekijken of een dakrenovatie van uw platte of hellende dak niet logischer is dan nog een seizoen pleisters plakken.
De omgeving. Staan er bomen rond de woning, dan vullen goten en afvoeren zich elk najaar opnieuw. Op een open, winderige locatie krijgen juist de dakranden en de pannen het zwaar te verduren.
Het type dak. Een plat dak heeft maar één afvoerpunt nodig dat dichtzit om het hele vlak onder water te zetten. Een hellend dak voert sneller af, maar daar zitten de risico's bij de aansluitingen, de kilgoten en het lood- en zinkwerk.
Wat er op het dak staat. Lichtkoepels, ontluchtingen, dakdoorvoeren en een groendak vragen elk om een eigen controle. Rond elk object zit een aansluiting, en elke aansluiting is een potentieel zwak punt.
Tip: let op waar het water blijft staan
Loop na een stevige regenbui eens naar buiten en kijk waar het water van uw dak komt. Loopt het overal netjes door de afvoer, of stroomt het ergens over de rand? Overlopend water bij een dakrand betekent bijna altijd een verstopping of te weinig afvoercapaciteit. In de zomer is dat hinderlijk, in de vorst wordt het een ijsprop die het water helemaal tegenhoudt.
Wat kunt u zelf doen, en wanneer juist niet?
Goten leegscheppen vanaf een stevige ladder, bladeren van een laag plat dak vegen en vanaf de grond of vanuit een raam met een verrekijker de pannen bekijken: dat kan een handige bewoner prima zelf. Houd daarbij een paar dingen aan: werk nooit alleen, zet de ladder op een vlakke ondergrond en blijf van een nat, bemost of besneeuwd dak af. Dakbedekking wordt spekglad zodra het vriest.
Stop met zelf doen zodra u op de dakbedekking moet gaan staan om ergens bij te komen, zodra u gereedschap met vuur of hitte nodig heeft, en zodra u iets ziet waarvan u de oorzaak niet begrijpt. Een blaas in bitumen dichtsmeren zonder te weten waar het vocht vandaan komt, sluit het probleem alleen maar op. Hetzelfde geldt voor kit op een scheur in zinkwerk: het werkt een maand of drie en daarna zit u met hetzelfde lek plus een lastiger reparatie. Ook bij een vermoeden van vocht in de isolatie houdt zelf doen op; dat is niet van buitenaf te beoordelen.
En als het toch misgaat in de winter?
Ziet u midden in het seizoen een vlek op het plafond, zet dan eerst een emmer neer en haal spullen weg die nat kunnen worden. Maak daarna foto's van de plek binnen en noteer wanneer het lekt: alleen bij slagregen, alleen bij dooi, of continu. Die informatie helpt enorm bij het opsporen van de oorzaak, want water loopt onder de dakbedekking door en de natte plek binnen zit zelden recht onder het gat.
Ga zelf niet het dak op om het te zoeken. Bij vorst, wind of neerslag is dat gevaarlijk, en een noodreparatie op een nat dak houdt meestal geen stand. Laat het opsporen en herstellen over aan een dakdekker die weet hoe water zich door een dakconstructie beweegt.


