Wat is een gebruikelijke levensduur?
Een plat dak bestaat uit lagen die elk hun eigen levensduur hebben. De dakbedekking bovenop vangt de klappen op: zon, regen, vorst, bladeren en af en toe een paar voeten. Bij een bitumineuze dakbedekking die in meerdere lagen is aangebracht, is twintig tot dertig jaar een normale verwachting. Kunststof dakbedekking haalt in gunstige omstandigheden vaak nog wat meer jaren, omdat het materiaal in grote banen wordt gelegd en er minder naden zijn.
Onder die bedekking zit de isolatie, en daaronder de dakconstructie zelf. Blijft het dak droog, dan gaan die onderdelen veel langer mee dan de bedekking. Bij een renovatie vervangt u daarom lang niet altijd alles: soms kan de isolatie blijven liggen en wordt alleen de bovenlaag vernieuwd. Is er echter vocht in de isolatie getrokken, dan is dat deel afgeschreven, hoe jong het dak ook is. Vocht dat eenmaal in een isolatiepakket zit, droogt niet vanzelf meer op.
Het is daarbij goed om te weten dat een plat dak zelden in één keer stukgaat. Het veroudert op de zwakste plekken: bij een opstand, een dakdoorvoer, een hoek of langs de dakrand. Daar begint het, en van daaruit krijgt water de kans dieper te komen. Wie die plekken op tijd aanpakt, rekt de levensduur van het hele dak op.
Waar hangt de levensduur van af?
Twee daken van dezelfde leeftijd kunnen er totaal verschillend aan toe zijn. Dat komt door een aantal factoren die u deels zelf in de hand heeft en deels niet.
- Het materiaal en het aantal lagen. Een dakbedekking die in meerdere lagen is aangebracht, is beduidend robuuster dan één dunne laag.
- De kwaliteit van de uitvoering. Naden, overlappen en aansluitingen bepalen of een dak waterdicht blijft. Hier wordt het vaakst te snel gewerkt.
- De afwatering. Water dat blijft staan, belast de bedekking continu en versnelt veroudering. Afschot en voldoende afvoeren zijn essentieel.
- De ligging. Volle zon laat materialen uitzetten en krimpen; overhangende bomen zorgen voor blad, mos en verstopte afvoeren.
- De dakranden en het zinkwerk. Boeidelen, daktrimmen en afdekkappen beschermen de kwetsbare rand. Zijn die versleten, dan loopt water achter de bedekking.
- Het gebruik. Wordt er geregeld over het dak gelopen voor onderhoud, dan is een loopzone of beschermlaag verstandig.
- Het onderhoud. Een dak dat jaarlijks wordt nagelopen, vraagt kleine ingrepen in plaats van één grote.
Hoe ziet u dat uw dak op leeftijd raakt?
U hoeft geen dakdekker te zijn om de eerste signalen te herkennen. Kijk, bij droog weer en met een stevige ladder of vanuit een raam erboven, naar de staat van het oppervlak en vooral naar de details. Veelzeggend zijn:
- blaasvorming of plekken waar de bedekking los van de ondergrond lijkt te liggen;
- scheurtjes, craquelé of een korrelige laag die duidelijk is weggespoeld;
- naden die openstaan of randen die omkrullen;
- plassen die dagen na een bui nog op het dak staan;
- mos, groene aanslag en verstopte of trage afvoeren;
- verweerd of losgekomen zinkwerk langs de dakrand;
- binnen: vochtplekken, verkleuringen langs een muur of een muffe lucht op zolder.
Belangrijk om te weten: een vochtplek binnen zit zelden recht onder het lek. Water loopt onder de dakbedekking door en komt pas naar beneden waar het een opening vindt. Zoeken op de plek van de vlek levert daarom vaak niets op. Op onze pagina over daklekkage en dakonderhoud leest u hoe we dat aanpakken.
Tip: reken terug vanaf het bouwjaar
Weet u niet hoe oud de dakbedekking is, kijk dan naar het bouwjaar of de laatste verbouwing van uw woning of bedrijfspand. Nadert het dak de twintig jaar, dan is het verstandig om het te laten beoordelen, ook zonder klachten. U weet dan ruim op tijd of u nog jaren vooruit kunt of dat u rekening moet houden met renovatie.
Wat kunt u zelf doen, en wanneer niet?
Een deel van het onderhoud kunt u prima zelf verzorgen, mits u veilig bij het dak kunt komen. Houd de afvoeren en goten vrij van blad, vooral in het najaar. Verwijder takken en zwaar vuil. Loop twee keer per jaar even rond: na de winter en voor de winter. In ons artikel over het dak voorbereiden op de winter staat waar u dan op let.
Niet zelf doen: branden, plakken en kitten op een plek waar u de oorzaak niet kent. Een laag kit over een scheur houdt het water een seizoen tegen en verbergt daarna dat het eronder doorloopt. Ook het betreden van een oud dak is riskant, zowel voor uzelf als voor de bedekking. En laat werk aan zinkwerk, dakranden en opstanden over aan een vakman: dat zijn precies de details waar de levensduur van het hele dak van afhangt.
Repareren of toch renoveren?
De vraag is niet alleen hoe oud het dak is, maar hoe het eraan toe is. Is er één duidelijke zwakke plek en is de rest van de bedekking nog in goede staat, dan is een gerichte reparatie meestal de verstandigste keuze. Ziet u op meerdere plekken scheuren, blaasvorming of losliggende naden, dan betaalt u bij losse reparaties steeds opnieuw voor het voorrijden en de steiger, terwijl het probleem terugkomt.
Een renovatie is ook het natuurlijke moment om naar de isolatie te kijken. Oude daken zijn vaak matig of helemaal niet geïsoleerd. Omdat de bedekking er toch af gaat, kunt u de isolatie in één werkgang meenemen en de nieuwe dakbedekking daarop afstemmen. Dat merkt u in comfort, en het dak is daarna weer tientallen jaren vooruit.


